Zuidwolde - Het college
van B&W van De Wolden biedt de Kadernota 2026-2029 aan de gemeenteraad aan.
In deze nota vraagt het college goedkeuring voor de meerjarenbegroting. Op 3
juli gaat de raad hierover in debat. De ‘ravijnjaren’, waarin de gemeente
minder Rijksbijdrage krijgt, spelen een grote rol in deze Kadernota 2026-2029.
Toch houdt dit college de goede voorzieningen in De Wolden in stand.
Door de
korting van de Rijksoverheid op het gemeentefonds en de oplopende
inflatiecijfers koerste de gemeente af op een tekort van € 4,5 miljoen in 2026.
Daarom heeft deze kadernota een belangrijke financiële component en is zij
vooral gericht op het zoeken naar mogelijkheden om minder uit te geven. Door op
een slimmere en efficiëntere manier te kijken naar alle uitgaven is het tekort
fors verkleind, maar nog niet verdwenen.
Versoberingen en taakstellingen
Alle maatregelen die de Woldense samenleving niet raken of ingrijpen op beleid
zijn grondig geanalyseerd. Onder meer de versoberingen, taakstellingen en een
realistischer manier van ramen die hieruit voortkwamen hebben een forse
efficiëntieslag opgeleverd. Hiermee is ca. drie miljoen opgehaald. De afgelopen
jaren is de OZB in De Wolden minder geïndexeerd dan in vergelijkbare gemeenten.
Om het voorzieningenniveau op peil te houden stelt het college voor de OZB met
8% te verhogen. Daarnaast is de belasting voor toeristen die het mooie De
Wolden komen bezoeken per overnachting per persoon met € 0,45 verhoogd tot € 1,75.
Mede hierdoor worden de inkomsten € 600.000,- hoger. Opgeteld leveren alle
ombuigingen 3,6 miljoen op, en blijft er voor 2026 een tekort over van ruim 1
miljoen. Het college vraagt aan de raad om dit tekort
incidenteel te dekken uit de Algemene Reserve, om een nieuw evenwicht te
bereiken.
Ondanks de financiële druk op vele fronten houdt gemeente De Wolden het
voorzieningenniveau in stand. Wethouder Hooch Antink: ‘Door scherper aan de
wind te zeilen blijven we een gemeente waar het goed wonen en werken is. Dat is
waar wij als college voor staan, en daarom leggen we dit aan de raad voor.’