Ingewikkeld – 2

Foto: MJ Jonkers

“Heeeelp”, schreeuwt ze en rent naar buiten. “Gerrit, Gerrit! Kom eens! Help, Gerrit, waar ben je?”

Een klein gevlekt hondje rent vrolijk keffend met haar mee.  Het is Tikko, het onopgevoede keffertje van Fieke en hij bijt net als altijd in haar kuit. Ze trapt Tikko van zich af en rent verder naar de keukendeur van de boerderij. Boer Gerrit van Zonne staat net zijn klompen aan te trekken en kijkt haar lachend aan. “Loopt Fador weer los op het erf?”

Want in het verleden had Ama nog wel eens moeite gehad om Fador in bedwang te houden als ze met hem over het erf liep.

“Nee”, hijgt ze. “Er ligt… er ligt iemand in de schuur. Bij de trekker.” Haar stem wordt ineens heel raar hoog en ze voelt de tranen opwellen. “Iemand is dood, daar, in de schuur!” Ze wijst en inmiddels snikt ze het uit en staat helemaal te trillen. Van Zonne kijkt haar geschrokken aan en klost zo snel hij kan op zijn grote gele klompen naar de schuur. Even later staat Ama met de warme jas van Alexander, de oudste zoon van boer van Zonne,  om haar schouders en een grote beker thee in haar bibberende handen haar verhaal te doen aan een begrijpend knikkende agente die nauwkeurig alles opschrijft.

Hoofdstuk 2

“Ik kan het nog steeds niet geloven.”  Ama schudt haar hoofd. Het is inmiddels al laat in de avond en na een bloedrode zonsondergang wordt het eindelijk wat frisser. Samen met Fieke zit Ama op het terras in haar achtertuin. Fieke nipt genietend van haar fruitige witte wijn terwijl Ama peinzend haar glas cola bestudeert. “Koen Enkeldijk dood. Hoe bestaat het”, verzucht ze. “Het was zo’n leuke vent. Hij kon met iedereen goed opschieten. Altijd opgewekt, vrolijk en belangstellend. Zo iemand als hij kán voor mijn gevoel geen vijanden hebben, ik ken niemand die zo aardig en betrouwbaar was als hij. En dan de manier waarop hij met zijn paarden omging. Het leek wel alsof hij hun gedachten kon lezen. Zelfs Arco, die gevaarlijke hengst, was in zijn handen zo mak als een lammetje. Nee, het is echt ongelofelijk dat dit is gebeurd.”

Fieke schudt haar hoofd en neemt nog een flinke slok. “Hij was zo op het oog wel aardig”, zegt ze. “Maar ja, wat ken je  zo iemand nou verder. Hij kan wel ik weet niet wat op zijn kerfstok hebben gehad. Zo’n moord kan zomaar een afrekening uit het criminele circuit zijn hoor.”

“Nou ja, wat mankeert jou”, protesteerde Ama. “Jij was helemaal wég van hem. Het was altijd Koen voor en Koen na. Als je eenmaal over hem begon te praten, was je niet meer te stuiten. Hoe vaak ik jou niet heb horen roepen dat hij de man van je dromen was, je prins die letterlijk en figuurlijk op het witte paard reed.”

Fieke lacht een  beetje schaapachtig en schudt haar hoofd. “Kalverliefde”, wuift ze Ama’s woorden weg. “Ik geef toe, hij zag er lekker uit en had een goed figuur. En hij was een fantastische springruiter. Maar verder ging het wat mij betreft niet. Leuk om even over te dagdromen, maar in werkelijkheid was hij niet echt mijn type. Veel te soft joh. Maar zeg, hoe bevalt jou die longeerhulp die ik je laatst voor je verjaardag heb gegeven eigenlijk?”, springt ze opeens over een ander onderwerp. “Ik heb het idee dat Fador’s hals- en rugspieren en zijn achterhand nu eindelijk wat beginnen op te bollen.” Ama is direct afgeleid en glundert bij het horen van Fieke’s compliment. Toen ze Fador kocht, was hij op zijn zachtst gezegd een mollig paard. In haar onervarenheid had ze de laag vet over zijn nek, rug en billen aangezien voor een flinke bonk spieren. Maar toen ze fanatiek was begonnen te rijden, verdween het spek als sneeuw voor de zon en kwam er een slank en nauwelijks gespierd paard tevoorschijn. Ook zijn conditie was niet echt om over naar huis te schrijven. Dat leverde Ama een stroom van goedbedoelde adviezen op van haar doorgewinterde stalgenoten. Maar omdat iedereen iets anders zei, zakte de moed haar af en toe in de schoenen. Gelukkig had ze in haar jeugdvriendin Sietske Graaijstra een gouden instructrice gevonden. Probeer je niets aan te trekken van wat anderen zeggen, maar volg gewoon je trainingsschema, dan komt het wel goed met dat paard van jou.”

Voordat ze Fador had, reed Ama op een kleine manege aan de andere kant van het dorp. Daar werden eigenlijk alleen lessen gegeven aan kinderen, op wollige stoere IJslanders en allerlei andere kleine en grotere pony’s die door de eigenaar ook zelf gefokt werden. Een aantal moeders van de lesklantjes wilde ook wel eens ervaren hoe het was om op een paard te zitten en daaruit was een soort ‘huisvrouwenklasje’ gegroeid dat voornamelijk op de robuuste en brave IJslanders reed. Omdat de manege een nieuwe website, een nieuw bord aan de weg en nieuwe folders over de lessen en de ponykampen nodig had, en het dochtertje van een vriendin van Ama bij de manege reed, werd Ama via via binnen gesluisd om eens een mooie huisstijl voor de manege te ontwerpen. De besprekingen met het echtpaar dat de manege runde, Teddy en Gerald, vonden altijd plaats in de kantine, met uitzicht op de lessen.

Zodra de huisvrouwenles begon, had Ama alleen Gerald nog maar om mee te overleggen want Teddy gaf de meeste lessen zelf. Aangezien Gerald amper iets durfde te beslissen zonder Teddy, werd het een langdurige, maar wel gezellige klus voor Ama die goed met Gerald op kon schieten. Terwijl Gerald tussendoor de telefoon beantwoorde of koffie maakte voor bezoekers, bekeek Ama door de grote ramen van de kantine de groep vrouwen die, vaak nog wat onwennig en onzeker giechelend, op de ruig behaarde pony’s reden. Het zag er wel heel leuk uit. Toen ze klein was, had Ama altijd al op paardrijden gewild, maar haar ouders vonden het een  gevaarlijke sport en bovendien ook veel te duur. Leuk dat deze vrouwen uit interesse voor wat hun kinderen meemaakten, zelf ook waren gaan rijden. Gerald ging weer naast haar zitten en schoof een pak papier naar haar toe. “Dit moet ook in een folder of zo denk ik. De prijslijsten.” Ama keek. Hmmm, dat paardrijden hier was helemaal niet zo duur. “Goh dat valt me mee zeg.” Het ontglipte haar min of meer. Gerald lachte. “Ja we proberen om het voor zoveel mogelijk kinderen bereikbaar te maken. Een paar maal per jaar nodigen we basisscholen uit om een middag gratis met de kinderen te komen rijden, om op die manier kennis te maken met de paardensport. Als ouders dan eenmaal de weg weten en de lage prijzen zien, gaan ze vaak wel overstag.”

“Geweldig”, zei Ama. “Was dat vroeger in mijn tijd maar zo geweest. Ik heb altijd dolgraag willen paardrijden, maar mijn ouders konden dat gewoon domweg niet betalen.”

“Maar je kunt nu toch ook komen rijden?”, zei Gerald. “Kijk dan”, en hij knikte in de richting van de huisvrouwenles. “Weet je wat, ik regel wel met Teddy dat je een leskaart met tien lessen krijgt, dan kun je het eens uitproberen.” En zo kwam Ama die winter op een harige wollebol op pootjes te zitten die Fakir heette. Fakir was de beginnerspony en Ama was na één les al verliefd op hem. Fakir was spierwit met  grote donkere ogen en zodra hij doorhad dat  Ama hem voor en na de les altijd een appel gaf, werd ze elke week met een zacht gehinnik begroet. En Ama genoot. Van het borstelen van Fakir, van het tevreden gevoel dat ze eindelijk echt op een paard zat, al was het dan een klein paardje, en van de vooruitgang die ze elke week weer boekte.

Al snel was een hele week wachten echt veel te lang en regelde ze dat ze tweemaal per week  mocht komen. Haar rijkunsten gingen met sprongen vooruit en al snel promoveerde ze van Fakir naar de wat lastigere pony’s en uiteindelijk zelfs naar de ‘gewone’ paardjes. Maar dat viel  nog niet mee en Ama viel er dan ook geregeld af. Ze reed nu ook niet meer in de huisvrouwenles, maar tussen zestien- en zeventienjarige meisjes die allemaal wel op het paard  geboren leken te zijn. Niemand viel van een paard in de les, alleen Ama. Toen ze nog in de huisvrouwenles reed, werd ze altijd geprezen door Teddy maar nu stond Teddy vaak chagrijnig met haar armen over elkaar in de hoek van de rijbak commando’s te schreeuwen naar de meisjes en vooral Ama moest het vaak ontgelden. Gelukkig maakte ze inmiddels ook regelmatig buitenritten met Gerald. Daar had ze eigenlijk veel meer plezier in en Gerald ook, dat was wel duidelijk.

Reacties