
In Ruinen heeft een basisschool besloten de deuren te sluiten en de leerlingen geen les te geven omdat er een wolf zou zijn waargenomen. Of was het een grote (wolfs) hond? Men had er mogelijk voor kunnen kiezen de kinderen naar binnen te begeleiden voor lessen, maar ik kan me het verantwoordelijkheidsgevoel van de schoolleiding inbeelden. Ik was er niet bij en kan het niet goed beoordelen, maar ieder heeft zijn mening klaar.
De rol van de overheid is dubieus en wakkert angst voor wolven aan. Hoofdbestuurders willen Drenthe als wolvenvrije provincie. Het schrikbeeld van de wolf wordt ook aangewakkerd door jagers die het dier als vijand zien. Duizenden 'redenen' worden aangevoerd om de wolf te demoniseren, maar positieve zijden van de wolf benoemen en zelfreflectie, ho maar. Politieke partijen, zoals Gemeentebelangen (GB) in Hoogeveen grijpen dit voorval graag aan om de wolf eenzijdig in een kwaad daglicht te stellen (kinderen mogen niet naar buiten, vee aanvallen, volwassen voelen zich onveilig) : GB heeft wel een punt als ze opmerken dat beheermaatregelen te kort schieten.
Beschermingsmaatregelen, in uiterste geval afschot, voor (hobby) dierenhouders schieten te kort en de wens die politici, landbouwers en jagers uitten om de wolf helemaal uit Drenthe te verjagen werkt dit tegen. Doordat beleid uit blijft kan er een gevaarlijke probleemwolf doorsijpelt. Net als bij wilde zwijnen kan een ziek, gehandicapt dier dat pijn lijdt gevaarlijk worden en moet desnoods uit zijn lijden worden verlost of afgeschoten, wat ook bij gedomesticeerde honden gebeurd. Gevaarlijke honden zijn voor mensen een veel groter probleem dan wolven, maar een school sluit niet als er een hond rondloopt. Overigens voelt vee ook aan als ze door de mens naar de slachtbank worden gebracht. Een en ander slaat terug op kinderen, die de houding van ‘volwassenen’ aanvoelen. Juist de nieuwe generatie in de dop moet dus objectief en betrouwbaar worden voorgelicht. Op de huidige wijze ziet een angstig kind alleen probleem wolven, terwijl die vroeg moet leren dat er nuance is, en dat er ook probleemmensen en –honden zijn en wij deel uitmaken van de natuur. Ik pleit voor betere voorlichting aan de jonge garde, die het later ‘moeten doen’ en oog krijgen voor de waarde van milieuvriendelijk handelen van de mens in het bijzonder.
Ronald Wilfred Jansen, Hoogeveen