Ingewikkeld – 7

Foto: MJ Jonkers

Terwijl Ama met Madelief naar de wei loopt, hoopt ze dat ze nu eindelijk eens een echt ‘black beauty-moment’ gaat meemaken en dat Fador haar blij hinnikend tegemoet zal komen rennen, om vervolgens helemaal los en uit vrije wil met haar mee te lopen naar de stallen. Maar helaas, vandaag gaat het weer net zoals altijd.

Zodra ze het hek open maakt, kijkt Fador op, ziet Ama de wei inkomen en zucht bijna hoorbaar. Werken voor het vrouwtje is een welkome afwisseling tijdens een saaie staldag, maar niet wanneer je twee hectare vers groen gras en een dozijn vrienden en vriendinnen tot je beschikking hebt. Langzaam zakt zijn hoofd weer naar beneden. Hij draaide zich om en sjokt rustig weg, naar de uiterste hoek van het grote weiland. Haar teleurstelling verbijtend stapt Ama opgewekt dezelfde kant uit als Fador, maar zorgt ervoor dat ze parallel aan hem blijft lopen en dat ze hem niet aankijkt. Hopelijk trapt hij er in. Als Fador stil staat en begint te grazen, loopt ze langzaam naar hem toe en blijft op vijf meter afstand van hem stil staan. Fador snapt dat er geen ontkomen meer aan is en loopt dan uiteindelijk toch maar langzaam naar Ama toe, want hij heeft beslist geen hekel aan zijn bazin. Zeker niet als die een lekker snoepje uit haar zak tovert en dat in zijn mond stopt, terwijl ze hem het halster omdoet.

“Zullen we in de bak of even een rondje door het bos rijden?”, vraagt Madelief terwijl ze bij de stallen de paarden aan het poetsen zijn. “Hmm”, denkt Ama hardop. “Het bos is misschien wel net zo relaxed vandaag en daar kan ook niemand ons afluisteren.” Ze ziet niet dat er om de hoek van de stal nóg iemand meeluistert naar wat er  besproken wordt…

Even later rijden ze te paard het landweggetje achter de boerderij af, richting de bossen. Met hun oortjes vrolijk naar voren stappen Fador en Aafke flink door. Als ze eenmaal tussen de bomen rijden, begint Madelief opnieuw over de moord. “Misschien moet ik het inderdaad toch maar aan de politie vertellen”, zegt ze. “Maar ik durf niet alleen, zou jij met me mee willen gaan?” Ama belooft later samen met Madelief naar het politiebureau te  gaan maar eerst maken ze nog een lange ontspannen bosrit.

Nadat ze de paarden hebben afgezadeld, afgespoeld en weer in de wei hebben gezet, besluiten ze meteen maar naar het politiebureau te gaan. Daar worden ze te woord gestaan door dezelfde agente die Ama’s verklaring heeft opgeschreven op de dag van de moord. “Dus als ik het goed begrijp had Koen ruzie met Harry?”, vraagt de agente. Madelief knikt. “Ja, dat klopt”, zegt ze. “Dat zou ik anders misschien niet zo vreemd vinden, maar Koen had nooit ruzie, met niemand. En Harry eigenlijk ook niet. Dat is gewoon een rare. Ik weet nooit goed wat ik van hem moet denken. Hij zegt bijna nooit wat, maar op de avond voor de moord was hij heel druk in gesprek met Koen. Op een gegeven moment begonnen ze een beetje tegen elkaar te schreeuwen. Ik kon niet goed verstaan waar het over ging. Het had in elk geval iets te maken met een kast en met iets dat Harry van Koen aan niemand mocht vertellen.” De agente noteert alles wat Madelief vertelt en verzekert haar ervan dat haar getuigenverklaring niet besproken zal worden met haar vader en stiefmoeder.

Nadat Ama Madelief heeft afgezet bij haar fiets, loopt ze nog even naar de stal om Fador’s box uit te mesten. Terwijl ze daarmee bezig is, hoort ze plotseling geritsel van stro en gesis van stemmen in de rij met boxen aan de andere kant van de stal. Ze schrikt er van. “Nee, nee, hou op, ga weg, ik wil dat niet”, hoort ze een meisjesstem opeens heel duidelijk zeggen en dan ziet ze Kimmie uit de box van Suleika sprinten. Verbaasd loopt Ama naar de box om te kijken wat er mis was en ziet daar tot haar grote verbazing Ed op zijn knieën in het stro zitten, een grote kras over zijn wang. “Wat is er gebeurd”, vraagt ze en terwijl ze het zegt, kan ze zichzelf wel voor haar hoofd slaan. Want de schuldige, maar tegelijkertijd uitdagende blik in Ed’s ogen zegt genoeg. De viezerik. Bah, wat valt haar dat van hem tegen. En hij leek nog wel zo charmant. Maar ja, het was ook eigenlijk te mooi om waar te zijn. Een man die knap is én aardig en dan ook nog van paarden houdt. Maar wat sneu voor Phileine. Zou zij wel doorhebben hoe haar lieve vriendje eigenlijk in elkaar steekt? En dan iets proberen met een zestienjarige puber. Hoe komt hij in vredesnaam op het idee. Ed ziet Ama’s gezicht betrekken en roept direct dat het niet is wat ze denkt. Maar Ama weet wel beter en rent de stal uit, Kimmie achterna. Die vindt ze huilend aan de rand van de wei. “Ik ben niet verdrietig hoor, ik ben woest”, roept ze, zodra ze Ama ziet. “Dat is nu al de zoveelste keer dat hij aan me probeert te zitten. Ik dacht dat ik nu maar eens duidelijk moest zijn. Maar wat moet ik nu? Ik kan nu niet meer voor Phileine blijven rijden en daar baal ik van. Want ik heb geen eigen paard en Phileine heeft een bijrijdster nodig. Oh, wat baal ik hiervan. En thuis hoef ik hier al helemaal niet mee aan te komen, daar geloven ze me toch niet, of ze zeggen dat ik het er zelf naar heb gemaakt.”

Ama zucht. Wat een ellende opeens allemaal. Koen dood, Harry verdacht, Kimmie overstuur en Ed een onbetrouwbare rotvent. Het leek zo gezellig, zo’n manege, maar ze zou er nu heel wat voor over hebben als ze Fador in een stal bij haar eigen huis had staan. Maar ja, met haar onregelmatige verdiensten als freelancer was een eigen appartementje al een hele luxe, laat staan een huis met een stal. Dus vermant ze zich en biedt aan om Kimmie naar huis te brengen. Onderweg hebben ze het over niets anders. Hoewel ze vindt dat Kimmie hierover in elk geval met haar ouders moet praten en eigenlijk zelfs aangifte zou moeten doen, belooft ze haar tenslotte om voorlopig haar mond te houden en er samen met Kimmie over na te denken hoe ze dit probleem zo onopvallend mogelijk de wereld uit kunnen helpen. Wel drukt ze het meisje op haar hart om als het opnieuw gebeurt, er niet in haar eentje mee blijven rond te lopen, maar het in elk geval wel met haar te bespreken.

Eenmaal thuisgekomen, klikt ze haar computer aan en ziet tot haar grote vreugde dat er weer een aantal nieuwe opdrachten zijn binnengekomen. Eerst maar aan het werk, dan ziet ze later wel weer verder. Ze is nog niet begonnen, of de telefoon gaat. Het is Ed die met een suikerzoete stem informeert hoe het met haar is en of ze nog werk genoeg heeft. Want heel toevallig heeft zijn bedrijf een nieuwe huisstijl nodig en dat leek hem nu net een klus voor haar. “Dat is wel een beetje heel erg toevallig”, zegt Ama. “Niet om het één of ander hoor, maar ik wil toch wel even heel graag van je weten wat dit gedoe met Kimmie nou net te betekenen had.” Even is het stil aan de andere kant van de lijn. “Ach, gewoon een stoeipartijtje”, zegt Ed vergoelijkend. “Je weet hoe pubers zijn. Eerst lokken ze je uit en als je er dan op ingaat, worden ze opeens boos.”

“Van Kimmie hoorde ik anders een heel ander verhaal”, zegt Ama. “Zij vertelde me dat het niet de eerste keer is dat je haar probeerde aan te halen en dat ze voortdurend door je lastig gevallen wordt. En ik geloof haar eerder dan jou. Dat meisje is zo eerlijk als goud en bovendien de bijrijdster van je vrouw. Zij zou wel de allerlaatste zijn die zomaar een verhaal op zou hangen en bovendien, wat ik gehoord en gezien heb, zegt voor mij genoeg.”

Ed schraapt zijn keel. “Ik zou het wel heel erg vervelend vinden als Phileine erachter zou komen”, bekent hij met zijn licht bekakte accent.

“Dus? Dan biedt je mij een grote klus aan in de hoop dat ik mijn mond hou?” Ama lacht smalend. “Nee Ed. Zo zijn we niet getrouwd. Sterker nog, ik ben dolblij dat ik niet met zo iemand als jij bent getrouwd en hoop dat Phileine ook niet zo dom zal zijn om daar ooit aan te beginnen. Maar goed. Ik wil haar ook niet kwetsen, dus ik hou voorlopig mijn mond. We spreken af dat jij een andere vormgever zoekt voor je huisstijl en dat je het nooit meer in je hersens haalt om ook maar één vinger uit te steken naar Kimmie. Doe je dat wel, dan heb je echt een heel groot probleem, reken daar maar op.”

Boos hangt ze de telefoon op. Bah, zo komt er ook niets van werken. Eerst maar even een was in de machine gooien, koffie maken en kijken of er nog wat leuks te beleven valt op Facebook. Een berichtje van haar zus, een grappig filmpje van Fieke en…ze verslikt zich bijna in haar koffie. Een foto van Suleika, met daaronder een lofzang van Ed op Phileine. Die voor hem de liefste en de mooiste vrouw van de wereld is, zonder wie hij niets zou zijn. Nou ja zeg. Wat een mafkees. Ama klikt Facebook weg en gaat aan de slag. Wat mail wegwerken, een paar advertenties opmaken. Verstand op nul en het creatieve brein op oneindig. Dat is het allerbeste in zo’n geval, besluit ze. Morgen is er weer een dag.

Het begint het inmiddels goed te werken. Natuurlijk kunnen niet alle paarden opeens rodeo-neigingen krijgen. Maar dat gebeurt ook niet. Gelukkig is paardrijden een gevaarlijke sport, waarbij er zomaar van alles kan gebeuren. Een paard dat schrikt en op hol slaat of een stuk leer dat niet helemaal in orde is. Dus mijn lieve Amaatje. Ga jij morgen maar weer lekker paardje rijden. Dat kan je toch zo goed? Aandachttrekster.

Reacties