Column: Mijmeren over leven en dood

Het aantal krantenpagina’s met familieberichten wordt steeds groter en daar staan helaas geen aankondigingen van huwelijken op. De Leeuwarder Courant telde onlangs het record aantal van 12 pagina’s, maar ook in mijn eigen Meppeler Courant worden het er steeds meer. Ik ga het hier niet hebben over Corona, wel over al het verdriet dat achter de overlijdensadvertenties schuilgaat. Iedere overledene heeft zijn of haar eigen verhaal, alle nabestaanden hebben hun eigen herinneringen en het verdriet laat zich niet snel verdrijven. Dat hoeft ook niet, dat mag zelfs heel lang duren.

Bekende personen die ons ontvallen, krijgen vaak ook nog een ‘in memoriam’ op een redactionele pagina, waarin het leven in 500 woorden nog een keer voorbijtrekt. Ik vind dat mooi, maar eigenlijk is het nog mooier om ook de onbekenden te herdenken met zo’n laatste groet. Ieder mens heeft een verhaal, soms misschien wat stoffig, maar meestal een dat verteld mag worden. In veel landen is het gebruikelijk om een foto met verhaaltje over de overledene in de krant te plaatsen, ik heb zelfs affiches op bomen en lantaarnpalen gezien, verspreid door de stad.

Fascinatie

Graf van popster Falco in Wenen.

Waarom ik hier over schrijf? De aanleiding is triest, het definitieve afscheid van Yvonne van Spil. Het zet je aan tot mijmeren, je denkt nog eens extra na over het leven. Ik heb een fascinatie voor begraafplaatsen, mag in het buitenland graag over kerkhoven zwerven en me verbazen over de pracht en praal, mausolea, laatste rustplaatsen van wereldberoemde personen, grote familiegraven én de soms zwaar overwoekerde graven. Ik hou van de rust en stilte op een begraafplaats, van de perfect verzorgde graven en fraaie stenen. Père Lachaise in Parijs, de Wiener Zentralfriedplatz in Wenen (tweed grootste van Europa qua oppervlakte) of dat kerkhof net buiten de vesting van Carcassonne, prachtig. Of in de wildwestplaats Deadwood in South Dakota, waar Wild Bill Hickok en Calamity Jane vlakbij elkaar liggen op het Mount Moriah Cemetery. Indrukwekkend.

Oud-collega’s

Vorige week zaterdag overleed Yvonne van Spil op nog maar 44-jarige leeftijd. Ruim twee jaar nadat we haar moeder Mary uitgeleide deden. Hoe groot kan het verdriet zijn voor de familie Van Spil. Het afscheid van Yvonne was indrukwekkend en bewijst mijn eerdere bewering dat ieder mens een verhaal heeft dat verteld mag worden. De meer dan honderd aanwezige leden van de Reddingsbrigade uit heel Nederland brachten een memorabele en indrukwekkende laatste eer, de auto met Yvonne reed stapvoets door een haag van redders, die daarmee hun dankbaarheid toonden voor alles wat Yvonne (net als moeder Mary trouwens) heeft betekend voor deze organisatie. Mede dankzij Yvonne zijn vele levens gered, werd benadrukt. Het is een schrale troost voor de nabestaanden, maar geeft een advertentie in de krant ineens een duidelijker gezicht. Zo gingen al vele bekenden Yvonne voor, personen die je niet snel vergeet. Een wandeling over de Algemene Begraafplaats aan de Zomerdijk van mijn eigen woonplaats Meppel is wat dat betreft een feest der herkenning, met excuses voor de woordkeuze in deze context. Als je er dan toch bent, dan maak je even een ronde langs de collega’s die hier de afgelopen dertig jaar hun laatste rustplaats vonden. In de meeste gevallen veel te vroeg. Van Jos Visser, Zwaantje van Dijk tot Jaap Snijder, waarbij de gedachten direct uitgaan naar al die anderen die we missen. Met collega Rob brachten we een groet aan zijn moeder, met oud-collega Wil zelfs aan beide ouders. Er kwamen herinneringen boven aan het afscheid van Frans Paques in Sneek, het gemis van mensen als Jan Hunfeld, Gerrit Russchen en Gerrit Hidding en de blues van Bert Jansen die nooit meer klinkt.

Zoveel namen

Er zijn daar aan de Zomerdijk zoveel namen die in onze herinnering blijvend een gezicht hebben, waar de wereld aan verhalen over zijn te vertellen. Sommige hebben de krant ooit gehaald, maar de meeste nooit. Het zijn allemaal mensen die lief hebben gehad, die het beste van het leven hebben proberen te maken, om wie tranen zijn gelaten en van wie meestal nog wel een foto in het mooiste lijstje op een dressoir staat. En wanneer je dan op de gedenkstenen naar de jaartallen kijkt, verzucht je dat de tijd vliegt en is het gemis nog steeds groot. De herinneringen komen weer bovendrijven, mooie en minder mooie, maar een ding is zeker: geen leven valt te plannen. Koester het leven.

Peter Nefkens

Reacties